Feedback geven

WellBased

Leerdoelen

Dit thema heeft de volgende leerdoelen:

  • Leerling kan uitleggen waarom het belangrijk is om feedback te kunnen geven.
  • Leerling kent het model van de 4G’s. 
  • Leerling weet welke omstandigheden nodig zijn om goed feedback te kunnen geven.
  • Leerling kan wat er geleerd is over het geven van feedback toepassen in de praktijk.

Welk model wordt er gebruikt?

Voor het formuleren van feedback wordt het model van de 4G’s gebruikt. Door dit model te gebruiken is de feedback duidelijk voor de ontvanger zodat de ander er niet echt tegenin kan gaan. Met deze goede feedback zal de ontvanger zich niet snel aangevallen voelen. 

De 4G’s zijn: 

  1. Gedrag: Welk (concreet en veranderbaar) gedrag zie je?
  2. Gevoel: Wat doet dat met jou?
  3. Gevolg: Wat doet dat voor het resultaat?
  4. Gewenst gedrag: Wat zou je graag zien dat de ander doet? Ga in gesprek met de ander.

Door deze 4G’s te gebruiken is het duidelijk voor de ontvanger wat jou dwars zit en weet de ander ook welk gedrag hij of zij moet veranderen.  Het kan zijn dat de ander het gedrag niet verandert, ook al heb je het al meerdere keren gevraagd. Dan is de 5e G van toepassing: 

  1. Grens bereikt: De ander verandert zijn of haar gedrag niet, ook al heb je al meerdere keren feedback gegeven.

 

Verdeling over sessies

De training bestaat uit de volgende [3] sessies van 30 minuten:

  1. In de eerste sessie wordt het belang van feedback geven toegelicht. Het model van de 4 G’s wordt uitgelegd en de leerlingen leren te herkennen of feedback volgens dit model wordt gegeven. 
  2. In de tweede sessie wordt uitgelegd welke omstandigheden nodig zijn om feedback te kunnen geven. In de tweede helft van de sessie oefenen de leerlingen met het zelf geven van feedback door middel van scenario’s. 
  3. De leerlingen maken in deze sessies in duo’s een puzzel. Daarna geven ze elkaar feedback over hoe dat ging. Er wordt gereflecteerd op hoe het geven van feedback is verlopen.