Pro-actief zijn

WellBased

Leerdoelen

Dit thema heeft de volgende leerdoelen:     

  • Leerling weet wat het betekent om proactief te zijn en kent de voordelen ervan.
  • Leerling herkent reactief en proactief gedrag en taalgebruik.
  • Leerling oefent met het proactief verwoorden van een verhaal.
  • Leerling oefent met hoe je proactief gedrag kan vergroten.
  • Leerling weet hoe je sterk kan worden in het ontwikkelen van proactief gedrag.

 

Welk model wordt er gebruikt?

De cirkel van invloed
Stel jezelf voor in het midden van een cirkel. In deze cirkel zitten alle dingen waar jij invloed op uit kunt oefenen. Dit noemen we de cirkel van invloed. Als jij een grote cirkel van invloed hebt, heb je op veel dingen invloed. Dit betekent dat jij je eigen gedrag ook meer in handen hebt en je dus stevig in je schoenen kunt staan.  

Een paar voorbeelden zijn: je bent op tijd op school, je leer Duits zo goed mogelijk.  

De cirkel van betrokkenheid
Om de cirkel van invloed is er nog een tweede cirkel: de cirkel van betrokkenheid. In deze cirkel staan alle dingen waar jij je betrokken bij voelt, maar waar je geen directe invloed op hebt.  

Een voorbeeld: je moeder wordt ongerust als je in je eentje naar huis fietst. Jij kan er niks aan doen dat je moeder ongerust is, maar je kunt er wel op reageren door samen met vrienden te fietsen. In de cirkel van betrokkenheid kan je kiezen óf je reageert en hoé je reageert.  

We reageren vaak op wat er in de omgeving gebeurt. Er zit tussen het ontvangen en reageren echter nog één stap: het keuzemoment. In dit keuzemoment beslis je wat je gaat doen; je maakt een bewuste keuze en je neemt verantwoordelijkheid voor de gevolgen van jouw reactie. Door een bewuste keuze te maken, zorg je ervoor dat je blijft doen wat jij vindt dat je moet doen: je doet wat jij belangrijk vindt. Dit is proactief zijn.  

Bron: Covey, S. R. The Seven Habits of Highly Effective People.

Verdeling over sessies

Dit thema bestaat uit de volgende 3 sessies van 30 minuten:
  1. In de eerste sessie gaan de leerlingen bepalen waar zij invloed op hebben en waar zij zich betrokken bij voelen. Ook bepalen ze op een aantal verschillende situaties wat een reactieve reactie en een proactieve reactie zou zijn.
  2. In de tweede sessie gaan de leerlingen een reactief verhaal omschrijven naar een proactief verhaal. Vervolgens krijgen ze een aantal situaties voorgelegd waarbij ze moeten bepalen hoe zij zelf zouden reageren.
  3. In de laatste sessie gaan de leerlingen zichzelf beledigen. Het doel hiervan is dat zij van tevoren bepalen hoe ze op zo’n belediging willen reageren. Vervolgens bedenken ze voor zichzelf manier hoe zij een keuzemoment in kunnen bouwen om zo proactief te reageren.

Voorbeeld video