Regels van communicatie

WellBased

Leerdoelen

Dit thema heeft de volgende leerdoelen:

  • Leerling weet hoe je een boodschap kan overbrengen.
  • Leerling is bekend met verschillende voorkeursstijlen van communicatie.
  • Leerling snapt het belang van het inleven in een ander om zo goed mogelijk te communiceren.
  • Leerling begrijpt het zender-ontvanger model. 

 

Welk model wordt er gebruikt?

Voor het overbrengen van het eerste leerdoel wordt in de eerste sessie het zender-ontvanger model gebruikt. In dit model bestaat communicatie uit vier onderdelen: een zender, een ontvanger, een boodschap en een medium. Een extra onderdeel wat hierbij hoort is ‘ruis’. Ruis is hetgeen wat er misgaat in de communicatie waardoor de boodschap van de zender anders binnenkomt dan de ontvanger bedoeld had. 

Het tweede leerdoel wordt behandeld aan de hand van voorkeursstijlen in communicatie. Ieder persoon heeft zijn eigen voorkeur in communicatie, zowel de zender als de ontvanger. De voorkeursstijlen in communicatie zijn:

  1. De expressieve stijl
  2. De beschouwende stijl
  3. De directieve stijl
  4. De vriendelijke stijl

 

Bron: van der Horst, A., Hoogstraten, P., Meyer, H., Serlie, A. W., & Wanrooy, M. J. (2013). Groot psychologisch modellenboek: 51 modellen voor ontplooiing van jezelf en anderen. Van Duuren Management, Van Duuren Media BV.

 

Verdeling over sessies

De training bestaat uit de volgende [3] sessies van 30 minuten:

  1. In de eerste sessie maken de leerlingen kennis met het zender-ontvanger model. Ook kunnen zij hun opvatting van ruis kwijt in deze sessie. Uiteindelijk geven ze aan hoe zij het liefst een boodschap ontvangen en proberen zij dit voor een ander in te schatten.
  2. In sessie 2 worden de vier communicatiestijlen toegelicht. Door enkele vragen te beantwoorden stelt iedere leerling zijn/haar communicatiestijl vast. Daarna wordt in een activiteit geprobeerd erachter te komen welke communicatiestijl een ander heeft.
  3. Sessie 3 staat in het teken van communiceren met elkaar. Door middel van enkele spellen proberen de leerlingen elkaar verschillende boodschappen over te brengen. De ontvanger interpreteert de boodschap en vertelt, aan de hand van de originele boodschap, wat er fout gaat bij de communicatie. Spelenderwijs ontwikkelen de leerlingen hun communicatievaardigheden aan de hand van de feedback die zij krijgen.