Samenwerken

WellBased

Leerdoelen

Dit thema heeft de volgende leerdoelen: 

  • Leerling weet wat voorkeursstijlen zijn en hoe deze samenwerking kunnen beïnvloeden.
  • Leerling weet wat introvert en extrovert is en heeft een idee van wat zijn/haar eigen voorkeur is.
  • Leerling begrijpt het effect van introvert en extrovert op samenwerken.
  • Leerling weet hoe je omgaat met introverte en extroverte voorkeursstijlen.

 

Welk model wordt er gebruikt?

Als je samenwerkt zijn er verschillende voorkeursstijlen maar wij kijken nu naar het paar: extrovert en introvert. 

Als je een extroverte voorkeursstijl hebt, krijg je energie van wat er om je heen gebeurt. Je laadt je op aan de mensen om je heen, door met ze te praten, feesten, discussiëren, enzovoort. 

Als je een introverte voorkeursstijl hebt, krijg je energie van wat er in je binnenwereld gebeurt. Door over dingen na te denken, te reflecteren en te concentreren laad jij jezelf weer op. 

Mensen die extrovert en introvert al kennen, denken vaak dat het erom gaat hoeveel lawaai mensen maken, maar het eigenlijke verschil is anders. Het gaat erom waar je energie van krijgt, en energie heb je nu eenmaal nodig om werk te verzetten. Als je samenwerkt in jouw voorkeursstijl, krijg je er energie van. Maar, als je moet samenwerken in een andere stijl dan jouw voorkeursstijl, kost het je dus energie. Het is handig om van jezelf en van elkaar te weten wat je voorkeursstijl is om als groep beter samen te kunnen werken. Je kunt elkaar beter begrijpen en rekening houden met elkaars manier van werken.

Bron: Myers Briggs, I. M., Mary H.; Quenk, Naomi L.; Hammer, Allen L. (1998), “MBTI Manual, a guide to development and use of the Myers-Briggs Type indicator”

 

Verdeling over sessies

Dit thema bestaat uit de volgende 3 sessies van 30 minuten: 

  1. In de eerste sessie leren de leerlingen wat voorkeursstijlen zijn. Dit doen ze eerst aan de hand van een voorbeeld en vervolgens door te kijken naar hun eigen voorkeuren.
  2. In de tweede sessie gaan de leerlingen focussen op de voorkeursstijlen introvert en extrovert. Hierbij krijgen ze ook een idee wat hun eigen voorkeursstijl is. 
  3. In de laatste sessie gaan de leerlingen aan de hand van een voorbeeld bepalen hoe je met de voorkeursstijlen introvert en extrovert om kunt gaan. Hierna schrijven ze klassikaal op een poster hoe ze dit voortaan aanpakken als ze samenwerken.

Leerdoelen

Dit thema heeft de volgende leerdoelen:     

  • Leerling is zich ervan bewust dat de tijd op een dag beperkt is en je daarom keuzes moet maken.
  • Leerling leert het belangrijk/dringend-model toe te passen.
  • Leerling oefent met prioriteren wanneer er veel taken zijn.
  • Leerling is zich ervan bewust dat prioriteiten kunnen verschuiven.

 

Welk model wordt er gebruikt?

Op een dag zijn er enorm veel taken die je moet of kunt doen. Er zit echter een verschil in hoe dringend en belangrijk bepaalde activiteiten zijn. Zo is het leren voor een proefwerk van morgen vrij dringend: je kunt dit niet langer uitstellen. Daarnaast is het ook belangrijk, want als je dit proefwerk niet haalt, sta je misschien wel een onvoldoende voor dit vak! Het helpen van een klasgenoot die bij ditzelfde proefwerk hiervoor flink in de stress zit, is dan misschien wel dringend, maar voor jouzelf niet per sé belangrijk. Dit doe je dus misschien alleen als je zelf niet in tijdnood zit. Alle dingen die we moeten doen zijn op te delen in hoe belangrijk en dringend ze zijn. Hierbij kunnen we vier categorieën onderscheiden die elk op een andere manier aangepakt moeten worden, namelijk: 

  1. Belangrijk & dringend: snel doen
  2. Belangrijk & niet-dringend: inplannen & bewaken
  3. Niet-belangrijk & dringend: door een ander laten doen
  4. Niet-belangrijk & niet-dringend: niet doen

Bron: Covey, S. R. The Seven Habits of Highly Effective People.

 

 

Verdeling over sessies

Dit thema bestaat uit de volgende 3 sessies van 30 minuten:

  1. In de eerste sessie kijken de leerlingen wat ze allemaal op een dag moeten doen. Vervolgens maken ze kennis met het belangrijk/dringend-model en gaan ze activiteiten daarop indelen.
  2. In de tweede sessie gaan de leerlingen aan de slag met een standaard aanpak om activiteiten gemakkelijk in te delen in de categorieën van het belangrijk/dringend-model. Hierbij brengen ze ook in kaart wat zij zelf belangrijk vinden.
  3. In de laatste sessie oefenen de leerlingen aan de hand van een grote oefening hoe je als groep moet prioriteren en wat je doet als je veel belangrijke en dringende taken hebt. Ook ervaren ze hoe prioriteiten kunnen verschuiven.
 

 

Voorbeeld video